Zit nou eens stil!

Je herkent het wel wiebelige kinderen in de klas. Ze kunnen niet stil zitten, wiebelen constant, dweilen bijna over hun tafel, zitten op hun knieën op de stoel en friemelen aan alles. Als leerkracht kan het best vervelend zijn als je voorin les staat te geven. Je denkt dat vast wel eens: ‘Zit nou eens stil!’. Maar waar komt dat wiebelen en friemelen vandaan? In deze blog ga ik jullie er meer over vertellen aan de hand van het boek: Wiebelen en friemelen in de klas van Monique Thoonsen en Carmen Lamp.

Wiebelen en friemelen heeft alles te maken met prikkelverwerking. Prikkelverwerking is iets wat iedereen doet. Je leest deze blog, hoort auto’s rijden en ziet een lamp aan en uit gaan. Deze prikkels worden doorgegeven aan de hersenen. De hersenen bepalen of er wat mee gedaan moet worden en wat op dat moment belangrijk is. De portier (of het prikkelfilter) geeft een prioriteitstempel aan de prikkel. De prikkel is belangrijk, interessant, nuttig of onbelangrijk. Afhankelijk van de stempel wordt er iets mee gedaan. Een goede portier zorgt voor een succesvolle prikkelverwerking. Een strenge portier ziet te veel prikkels als saai. Hij laat weinig prikkels door wat zorgt voor onderprikkeling. Een te makkelijke portier ziet alle prikkels als belangrijk of interessant en laat te veel prikkels door, dat zorgt voor overprikkeling. Een onderprikkelde of overprikkelde leerling kan twee dingen doen. Hij kan iets doen met zijn verstoorde prikkels (actief) of hij doet niks (passief).

De vier types
Een onderprikkelde actieve leerling is druk, praat extra veel, beweegt veel en intens, is enthousiast en impulsief. Deze leerling zoekt prikkels op. Door te bewegen voelt een leerling zich beter en kan hij beter blijven opletten. Hij doet er alles aan om prikkels binnen te krijgen.
Een onderprikkelde passieve leerling is sloom, stoort zich niet snel, schrikt van harde geluiden, is moeilijk in actie te krijgen en is onhandig. Een onderprikkelde leerling is minder snel afgeleid door prikkels en kan zich op sommige momenten goed concentreren. Hij is erg flexibel. Het is alleen minder prettig dat hij soms informatie mist.
Een overprikkelde actieve leerling is gestructureerd, wil bepalen wat er gebeurt, trekt een capuchon over zijn hoofd om zich terug te trekken, is bazig en maakt geluiden. Deze leerling vermijdt prikkels. Wanneer alles gaat zoals hij wil, kan hij de wereld beter aan omdat hij niet overvallen kan worden door onbekende prikkels.
Een overprikkelde passieve leerling is gevoelig, opmerkzaam en vindt rust prettig. Deze leerling klaagt vooral over prikkels en kan overstuur raken. Het kost hem veel moeite om te functioneren in een bekende omgeving. Hij kan goed details waarnemen. Deze leerling is bang voor nieuwe prikkels. Hij voelt zich onveilig en de reacties kunnen heftig zijn.

De prikkelmeter
Door middel van een prikkelmeter leert een leerling kennen in welke stand hij zit. Voor een leerling is het best lastig om het kookpunt te leren kennen. Gelukkig leer je als leerkracht de signalen steeds beter herkennen en kun je de leerling op tijd waarschuwen en het kookpunt voorkomen. Als leerkracht kun je inspelen op wat de leerling nodig heeft: meer of minder prikkels.

Activeren of kalmeren
De ene leerling heeft een extra prikkel nodig en de andere een prikkel minder. Activeren van prikkels gebruik je bij en onderprikkelde leerling en kalmeren van prikkels gebruik je bij een overprikkelde leerling. Als je niet weet of een leerling onder of overprikkeld is, gebruik dan altijd een strategie voor een overprikkelde leerling. Het boek : Wiebelen en friemelen in de klas van Monique Thoonsen en Carmen lamp heeft hele leuke activerende en kalmerende strategieën die je kunt gebruiken om een leerling een extra prikkel te geven of juist prikkels te verminderen. De rode kaartjes zijn de activerende strategieën en de blauwe kaartjes zijn de kalmerende strategieën. Je hebt individuele kaartjes of kaartjes voor de hele klas. Ik gebruik ze in de klas en ben er erg tevreden over.

Meidenvenijn, wat moet je ermee?

‘Jij kan vandaag even niet meespelen’. ‘Jij mag mijn stiften niet lenen’. ‘Dit is een spelletje voor maar 2 meisjes’. ‘Ik ga toch vanmiddag niet met je spelen, ik ga nu met haar spelen’. ‘Anders mag je niet op mijn feestje komen, hoor’. ‘Ze vond jouw cadeau het stomste’. Je herkent ze vast wel deze zinnen. Soms komen ze dagelijks voorbij op het schoolplein of in de klas. Iedereen weet waar je het over hebt, maar wat moet je ermee? Sommige doen het af met ‘Ach, dat is typisch meiden gedrag’ of ‘Zo gaat het nu eenmaal met meiden’. 

Meidenvenijn, wat moet je ermee?
Waarbij jongens elkaar de hersens inslaan om de rangorde te bepalen, vechten meisjes het op een hele andere manier uit. Een manier die voor een leerkracht niet altijd te zien is. Het is belangrijk om je ogen en oren open te houden. Meidenvenijn is verborgen en is bedoeld om andere meisjes onderuit te halen. Meidenvenijn heeft verschillende vormen: clubjes vormen, buitensluiten, negeren, manipuleren, stoken, vuile blikken, roddelen en geheimen doorvertellen.

‘Ik ga toch vanmiddag niet met je spelen, ik ga nu met haar spelen’.

De rollen van Rosalind Wiseman
Meidenvenijn heeft vooral te maken met een meidenkliekje wat ontstaat door een selectief groepje meiden. Er heeft iemand een leidende rol in dit meidenkliekje, maar er zijn nog meer rollen die een rol spelen. Roselind Wiseman heeft een rolverdeling gemaakt binnen meidenkliekjes. Als je meidenvenijn herkent in je klas is het goed om er iets aan te doen. De verschillende rollen spelen hierbij een grote rol.

Queen Bee of de Koningin: De koningin heeft veel zelfvertrouwen. Ze valt op in de groep. Andere kinderen willen graag met haar omgaan.
Side kick of Hofdame(s): De hofdame(s) volgt de koningin. De hofdame is niets zonder haar koningin, dat weet ze en daarom doet ze alles voor de koningin.
Wannabee: De Wannebes zijn de meelopers. Zij worden aan het werk gezet door de koningin en haar hofdames.
Target of Mikpunt-Meisje: Het meisje tegen wie de kliek zich afzet. Dit hoeft niet perse een buitenbeentje te zijn, het kan ook een meisje zijn die bedreigend is voor de koningin.
Torn Bystanders of Omstanders: De omstanders zien wat de koningin en haar kliek doen, maar doen er niks aan omdat ze bang zijn zelf het mikpunt te worden.

Als leerkracht is het belangrijk dat je laat merken dat je de meiden doorhebt.

Tips en meer
Meidenvenijn voor zijn is natuurlijk het allerbeste, maar hoe doe je dat? En kan dat überhaupt wel, want overal waar meiden zijn moet de rangorde bepaald worden. De groepsvorming aan het begin van het jaar is heel erg belangrijk. De eerste zes weken met je groep zijn erg belangrijk, niet alleen voor het voorkomen van meidenvenijn, maar ook voor je gehele groep. In de eerste weken bepaal je met je groep de regels. Deze regels hang je op in de klas en als er wat aan de hand is kom je hier op terug. Je kunt met de meiden uit je groep aparte regels maken, zogenaamde Roze regels. Anke Visser schrijft erover in haar boek Meidenvenijn in het basisonderwijs. Het is van belang dat je zorgt dat de meiden zich houden aan deze regels. Als er iets gebeurd wijs ze op deze regels en pas de regels zo nodig aan. Niet alleen regels, maar ook complimenten zijn van belang. Een compliment zorgt voor erkenning en waardering. Je kunt de meiden elkaar complimenten laten geven, maar ook de complimenten van jou als leerkracht zijn van belang. Het laten inzien wat een goede vriendin is en doet is ook belangrijk. Wat doet een echte vriendin wel en wat doet een echte vriendin niet. Wie zijn jouw vriendinnen? Gedragen ze zich ook echt zo? Hebben ze een echte vriendin, of willen ze bij iemand horen die eigelijk helemaal niet aardig voor hen is?

Hoe je als leerkracht reageert op meidenvenijn ligt aan de rol die je als leerkracht aanneemt. Een leerkracht die meidenvenijn ziet als typisch meiden gedrag zal minder snel ingrijpen, dan een leerkracht die zelf ervaring heeft met een koningin en haar kliek. Een leerkracht die niets doet aan meidenvenijn laat het onbedoeld voortbestaan. Als leerkracht is het belangrijk dat je laat merken dat je de meiden doorhebt. Reageer op meidenvenijn in de klas of op het schoolplein. Dit kun je doen door met ze in gesprek te gaan, maar als je weinig woorden wilt gebruiken is dit een handige tip. Geef alle meiden een papiertje. Laat ze dit papier zo klein mogelijk maken. Ze mogen het vouwen of verkreukelen, maar het moet wel heel blijven. Geef de meiden daarna de opdrachten om het papier weer open te vouwen en glad te maken, precies zoals het was. Dit lukt natuurlijk niet. Het papier wordt nooit meer zo glad als het was. Vertel erbij dat elke keer als je gemeen doet, iemand buiten sluit, roddelt er een kreukel komt in het meisje bij wie je dat doet. Die kreukels kun je nooit meer helemaal gladstrijken, ze blijven voor altijd.

Voor meer tips en info over meidenvenijn verwijs ik je naar het boek van Anke Visser.

Vakantie met een bomvolle agenda

M’n ogen gaan open. Ik rek me uit en kijk om me heen. De zon komt al door de kieren van het rolgordijn. Plotseling slaat paniek toe, maandag het is maandag! Waarom is m’n wekker niet gegaan, help! M’n hartslag zit in m’n keel en ik krijg het meteen warm. Even goed nadenken.. Oh wacht vakantie. Het is vakantie. Heerlijk vakantie, yes! 7 dagen even helemaal niks.. Dat klinkt lekker, maar vaak is de werkelijkheid anders… 

Mijn vakantie plan ik vaak veelste vol. Ik wil graag met iedereen afspreken, waar ik normaal gesproken helemaal niet aan toe kom. Ik wil daar heen en dit zien en stiekem misschien nog een dag naar school. Mijn vakanties zitten altijd bomvol. En dan hoor ik m’n moeder al zeggen: ‘heb je het weer te vol gepland, denk nou eens aan jezelf!’ Hoe zit dat bij jullie? Is dit herkenbaar zo’n bomvolle vakantie planning?

Elke dag ben je er voor de kinderen, maar de kinderen hebben er niks aan als je niet eerst voor jezelf zorgt.

Deze vakantie heb ik het anders aangepakt. De periode hiervoor is best druk geweest. Collega’s die ziek waren waardoor je dubbele klassen ging draaien. Directeur en IB’er die er niet waren door persoonlijke omstandigheden, waardoor er meer verantwoordelijkheid op het team kwam te liggen. Veranderingen in m’n privé leven, het regelen van m’n bruiloft en ga zo maar door. Ik merkte aan mezelf dat ik moe ben. Dus een volgeplande vakantie is dan zeker niet handig. Daarom doe ik het lekker rustig aan deze vakantie. Ik heb een paar kleine, maar leuke afspraken staan waar ik erg van ga genieten en de rest van de tijd is Germa-tijd. En of dat nu is met een kleedje op de bank, een kopje thee en een heerlijk boek of een wandeling door de stad dat maakt niet uit. Pak zo nu en dan je rust als je er tijd voor krijgt of maak er tijd voor vrij. Het is belangrijk dat je goed naar jezelf blijft luisteren, zeker bij een baan in het onderwijs. Elke dag ben je er voor de kinderen, maar de kinderen hebben er niks aan als je niet eerst voor jezelf zorgt.

Thema: De ruimte

In groep 3 zijn de kinderen begonnen met het nieuwe thema van lijn 3 : de ruimte. Dit thema sluit mooi aan bij het thema van wereldoriëntatie. In deze blog laat ik een aantal dingen zien die ik met groep 3 en 4 doe omtrent dit thema.

Zonnestelsel maken
De kinderen hebben een zonnestelsel gemaakt. Eerst hebben we kennis gemaakt met de planeten die in ons zonnestelsel zitten. Ik ben uitgegaan van de Zon, Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. De kinderen hebben alleen of in tweetallen een planeet of de zon gemaakt. We hebben gekeken naar de grote en hoe de planeet eruit ziet qua kleuren. Daarna hebben we ze opgehangen en hebben de kinderen de naam van hun planeet op een bordje eronder geschreven. Groep 4 heeft als extra opdracht nog informatie opgezocht van de planeet en dit erbij gehangen.

Memory
De kinderen van groep 4 hebben als extra taak op hun takenkaart de mogelijkheid om een memory te maken over de ruimte. Ze maken gebruik van de informatie die ze hebben gekregen tijdens de lessen wereldoriëntatie en de informatie die ze lezen in de informatieboeken.

Woordzoeker
Via deze website maak ik altijd woordzoekers voor de kinderen. Ook bij dit thema heb ik een woordzoeker gemaakt die vol zit met planeten en andere dingen die passen bij de ruimte. Je kunt de kinderen ook een lege woordzoeker geven zodat ze zelf een woordzoeker kunnen maken over het thema.

Ik als astronaut
De kinderen hebben een astronauten pak ‘ontworpen’. Een astronauten pak is altijd wit, best wel saai vinden de meeste kinderen. Daarom hebben ze een eigen astronauten pak gemaakt. Daarna hebben ze hun eigen foto erin gepakt zodat ze konden zien hoe ze er zelf uit zouden zien in het pak.

Informatieboeken
In de bibliotheek zijn een heleboel informatieboeken omtrent het thema de Ruimte. Hier zie je een aantal titels die je kunt gebruiken.

* Ruimte-atlas: Een ontdekkingsreis voor jonge astronauten (schrijver: Jiri Dusek)
* Sterren en planeten (schrijver: Mack)
* Het heelal (schrijver: Jan Richards en Ed Simkins)
* Planeet aarde (schrijver: Jan Richards en Ed Simkins)
* Kometen, asteroiden en meteorieten (Schrijver: Cynthia Pratt Nicolson)
* Benny Blauw en het heelal (Schrijver: Nicola Herbst)
* Andre het astronautje (Schrijver: Andre Kuipers)
* Andre het astronautje : hoe word je astronaut? (Schrijver: Andre Kuipers)
* Andre het astronautje gaat naar Mars (Schrijver: Andre Kuipers)
* Andre het astronautje op reis naar de planeten (Schrijver: Andre Kuipers)

Lespakket
Als extra opdrachten heb ik gebruik gemaakt van verschillende lespakketten omtrent de ruimte. Interesse in deze lespakketten? Je kunt ze hier vinden.

Voor meer informatie of ideeën die passen bij dit thema zie mijn instagram account!

Thema: Op wereldreis.

Op mijn school werken we met Blink. Dit is een methode voor wereldoriëntatie. In groep 3/4 werken we momenteel aan het thema ‘Op wereldreis’. Jammer genoeg sluit dit thema niet aan bij het thema van lijn 3 (de leesmethode van groep 3). Ondanks dat genieten groep 3 en 4 er heel erg van.

We gaan een wereldreis maken met aardrijkskunde. We gaan langs drie gebieden. De woestijn, de jungle en de noordpool. De eerste stop is de woestijn. Samen hebben we onderzocht wat handig is om mee te nemen naar de woestijn. De kinderen hebben de reiskoffer gevuld met handige spullen voor onze reis. Je kunt het beste reizen met een auto of kameel. We hebben geleerd dat het zand van de woestijn heel erg warm is. Soms is het er wel twee keer zo warm als bij ons in de zomer. Daarom is het goed om lange kleding, hoge schoenen en een pet te dragen voor de zon. Ook is zonnebrand en water heel erg belangrijk! In de woestijn zijn bijna geen planten en bomen, daar is het veel te droog voor. Je zou het bijna niet denken maar ’s nachts is het heel erg koud in de woestijn. Op naar de volgende stop: de jungle! 

We zijn aangekomen in de jungle. Het is hier vochtig en warm en alle bomen staan dichtbij elkaar. We hebben gekeken, geroken en geluisterd naar geluiden. In de jungle leven heel veel planten en dieren. Voor onze volgende plek moeten we ons warm aankleden… We gaan naar de Noordpool. Brrr.

De Noordpool brrr, wat is het hier koud. Er leven dieren op en onder het ijs. Door hun vacht kunnen ze overleven in de koude temperaturen. In het poolgebied is het zo koud dat er niets kan groeien, dus ook geen groente en fruit. Daarom eten de mensen heel veel vlees en vis, wat dat is er wel.

Tijdens het werken aan dit thema heb ik gebruik gemaakt met de methode Blink. Ook heb ik zelf opdrachten bedacht die passen bij het thema. De kinderen hebben bij de woestijn een koffer gevuld met spullen die handig zijn voor de woestijn. Bij de jungle hebben ze dieren gemaakt die in de jungle leven en bij de Noordpool hebben de kinderen bedacht hoe mensen warm kunnen blijven op de Noordpool.

Kinderboekenweek 2018

De kinderboekenweek is van start gegaan. Als school doen wij mee aan de christelijke kinderboekenweek. Het thema dit jaar is Vriendschap, door dik en dun. Ik wil graag met jullie een aantal lesideeën delen die ik gebruik tijdens de kinderboekenweek.

Opening
Als opening hebben de kinderen maatjes gezocht op het schoolplein. Het ene maatje had een letter en het andere maatje een cijfer. Bert had bijvoorbeeld een V en Ernie had een 1. De kinderen moesten alle maatjes bij elkaar zoeken. Als ze alle maatjes hadden gevonden ontstond het woord ‘Vriendschap”.

Brieven schrijven
De kinderen hebben gister allemaal een brief geschreven. Maar het is niet zomaar een brief. Het is een brief aan een pen vriend op een andere school. Ik heb contact gezocht met een andere school, zodat we brieven met elkaar kunnen schrijven in het kader van vriendschap.

Thema tafel/bord
In de klas heb ik een thema tafel gemaakt, daarop staan boeken in het thema vriendschap. Op het bord hangen plaatjes en teksten in het thema vriendschap en ook de werkjes en brieven die de kinderen maken of krijgen worden daar opgehangen. Zo komt er steeds meer bij.

Vriendschapsboom

Vriendschapsboom
In de klas maak ik een vriendschapsboom met de kinderen. Alle kinderen trekken hun eigen hand om en kleuren deze in. Op elke vinger komt een woord te staan die hun belangrijk vinden in vriendschap.

Vriendschapsslinger
De kinderen maken poppetjes die elkaar een hand geven, deze poppetjes hangen we op de ramen. Al deze poppetjes maken samen een vriendschapsslinger.

Vriendschapsarmband
De kinderen mogen een vriendschapsarmbandje maken. Éen voor zichzelf en eentje om weg te geven. Dit armbandje maken ze met touw en strijkkralen.

Vriendschapsarmband
Vriendschapsarmband

Voorlezen
Elke dag lees ik een stuk voor uit het themaboek: Superklas van Janny den Besten. Bij dit boek horen verschillende verwerkingsopdrachten die je met de klas kan doen.

Kleurwedstrijd
In de map van de christelijke kinderboekenweek zit een kleurplaat met een kleurwedstrijd. Kinderen van 4 tot 8 jaar mogen aan deze kleurwedstrijd mee doen. De kleurplaat moet ingeleverd worden bij een christelijke boekhandel.

Taal
Op school werken wij met de methode Taal op Maat. De lessen maken de kinderen via Snappet. Bij elk thema gaat les 8 over boeken. Hoe ziet een boek eruit, wie heeft het geschreven, wat is de inhoud. Deze lessen behandel ik tijdens de kinderboekenweek. De kinderen zijn aan de slag geweest met de voor en achterkant van een boek. Hoe ziet dat eruit? Wat staat er allemaal op? Wat is belangrijk? De kinderen mochten daarna een eigen boek bedenken.

In de loop van de week pas ik dit bericht steeds weer aan door foto’s of ideeën toe te voegen.

Thema: Boom

Groep 3 heeft als thema boom. Ze leren het woordje boom en zijn op onderzoek naar allemaal verschillende bomen. Het leren van letters en de verhalen is vooral in de ochtend. In de middag gaan we samen met groep 4 op onderzoek uit. Het thema past ontzettend mooi in deze periode. De herfstperiode. Tegen over de school woont een opa met in de achtertuin een enorme kastanjeboom. Wat is er dan leuker om kastanjes te zoeken bij een kastanjeboom! Knutselen met kastanjes hoort er ook bij. Er bestaan natuurlijk niet alleen kastanjebomen, dus gaan we op onderzoek naar andere bomen. De appelboom. De appelboom geeft ons heerlijke appels, waar we heerlijke appelmoes van kunnen maken. Naaldbomen en loofbomen zijn aanbod geweest en de nerven van een blad gaan we ook nog onderzoeken. Zo kun je met het thema boom verschillende kanten op.

Complimenten

Het belang van een positief pedagogisch klimaat, maar vooral een positieve relatie tussen leraar en leerling is groot. Het is belangrijk die relatie vanaf het begin van het schooljaar op een effectieve, positieve en inspirerende manier op te bouwen. Dit kun je doen door middel van complimentenkaartjes. De complimenten kunnen gaan over het gedrag van de leerling, over het proces van het werk en de prestatie die het kind leverde.

Natuurlijk zijn er heel veel verschillende soorten ideeën voor het vergroten van een relatie tussen leraar en leerlingen, maar het complimenten kaartje is er één die ik momenteel erg graag gebruik. Zeker bij de start van het nieuwe jaar. Ik observeer één leerling per dag, die staat centraal, en via die observatie leer ik nieuwe dingen over die leerling. De positieve dingen geef ik de leerling terug via het complimenten kaartje.

Start van groep 3/4

Dit jaar ben ik gestart met groep 3/4. In de ochtend heb ik groep 4 en ik de middag groep 3 en 4 samen. De ochtenden werk ik met de kinderen aan rekenen, taal en spelling. Dit gebeurt op de tablet via Snappet. Ook krijgen de kinderen lezen, schrijven en sociale redzaamheid. In de middag zijn de creatieve en zaak vakken aan de beurt. Ik werk in de klas met een taakkaart, takenbord en voor mezelf met een dagplanning.

Taakkaart
In de klas werk ik met een taakkaart voor de kinderen. ’s Ochtends als de kinderen binnen komen starten ze met hun eigen takenkaart. Hier staan verschillende dingen op die de kinderen kunnen doen. Deze week staat er automatiseren, woordenschat, werkpakket spelling, rekenwerkbladen en het lezen van een Donald duck op. De takenkaart verschilt per kind en per week. De kinderen starten elke dag fanatiek en zijn erg gemotiveerd! De takenkaart wordt gemaakt in excel. Elk kind heeft een persoonlijke takenkaart. De grijze vlakken onder elk vak en het stukje extra zijn voor ieder kind verschillend. Ze kunnen na elke les de sterren inkleuren en hun groei aangeven die ze hebben gehaald op hun snappet.

Takenbord
Ik werk in de klas met een takenbord. Ik vind het belangrijk dat kinderen in de klas verantwoordelijkheid dragen voor een klusje. Iedereen komt een keer aan de beurt voor een klus. We draaien door, door de knijpers te verplaatsen waar de namen op staan van de kinderen.

Dagplanning
Ik gebruik de dagplanning in samenwerking met Snappet. (zonder snappet kan natuurlijk ook). In de eerste rij zie je de tijden en de omschrijving van de lesdoelen. Ik vind dit erg prettig omdat ik in één oogopslag kan zien waar we het over gaan hebben. Daarnaast zie je het vakgebied en de activiteiten. Bij rekenen, spelling en taal zie je uitgebreide kolommen met namen. Hier staan 4 instructie types bij: verlengde instructie, instructie, zelfstandig werken of ++. Kinderen die in snappet niveau 4 of 5 hebben krijgen op dat doel verlengde instructie. Kinderen die niveau 3 hebben krijgen instructie. Kinderen die niveau 2 hebben mogen zelfstandig aan de les werken en kinderen met niveau 1 hoeven alleen de ++ (verdieping) van de les te maken. Hierdoor krijgt de groep onderwijs per doel en op maat. De informatie voor die 4 instructie types haal ik van te voren uit het snappet dashboard.

Waterbeestjes

Plats! met een harde zwaai belandt het schepnetje in de sloot. ‘Juf ik zeg hem echt, ik zag een kikker’. Ik kijk naar de smurrie in het netje, ach ik ga er maar voor! Ik steek mijn handen in het netje en leeg hem in de emmer. Hé jammer geen kikker, maar wel vol andere waterdiertjes. Vol trots lopen de kinderen rond met hun vangst. Samen kijken ze op de zoekkaart. Sommige kinderen staan druk te scheppen, andere hangen boven de bakken om te kijken welke waterdiertjes er allemaal al gevangen zijn. Waterslakken, kikkers, visjes, schaatsrijders, bootsmannetjes en zelfs een baby salamander.

Wil je zelf een keer een leuke activiteit met school of thuis doen? Wij zijn naar de Melkschuur in de zuidpolder geweest. We hebben een erg plezierige ochtend gehad!

http://www.hofvandelfland.nl/bezoek-melkschuur-zuidpolder